Van vluchteling tot vrijwilliger

Aland Ali (22) vluchtte 15 jaar geleden uit het Koerdische deel van Irak naar Nederland. Hij maakte de reis samen met zijn moeder en oom. Zijn vader was hen al voorgegaan. Zes jaar was hij toen en alhoewel nog klein, kan hij zich nog goed herinneren hoe zwaar de reis was. ‘Het was een lange reis, waarbij we veel geduld moesten hebben met alles. En waarbij we telkens moesten hopen dat er niet nog een tegenslag kwam.’ In Nederland zat hij ongeveer een jaar in azc Doetinchem. ‘Een soort van camping in het bos.’  Aland vond het allemaal maar een beetje eng. ‘Ik herinner me nog dat ik opgehaald werd met de schoolbus van het azc. Dat durfde ik helemaal niet, alleen in die bus, weg van mijn ouders.’ Hij lacht, zegt in perfect Nederlands: ‘Ik was echt een moederskindje toen.’ Pas toen zijn oom hem met de fiets bracht, durfde hij naar school te gaan.

Op het azc waren er geen activiteiten. Er waren geen ontmoetingen met Nederlanders. ‘We hadden alleen onszelf.’ Hoe anders is dat in het azc Utrecht, waar Aland sinds twee maanden stage loopt voor Welkom in Utrecht voor zijn opleiding Social Work aan de Hogeschool Utrecht. Aland was, zo vertelt hij, al een paar keer met zijn vader langs het azc gekomen. ‘Ik dacht: daar wil ik helpen.’ Op facebook kwam hij de verhalen van Welkom in Utrecht tegen en stuurde een mail. WiU koppelde hem om te beginnen aan een jongeman die net als Aland uit Koerdisch Irak komt en Kurmanji spreekt. Na een eerste kop koffie op het kantoor van WiU bleek het te klikken en nu gaan de twee regelmatig samen op pad. Ze praten over van alles in het Kurmanji, maar Aland leert hem ook Nederlands. ‘Afgelopen zaterdag hebben we een hele dag op de Hoge Veluwe gewandeld. Hij kent nu weer heel wat nieuwe Nederlandse woorden. Pauw bijvoorbeeld.’ Aland helpt daarnaast met moeilijke brieven en zaken die zijn maatje niet helemaal begrijpt. Hij weet hoe ingewikkeld het is voor vluchtelingen om de Nederlandse samenleving te doorgronden. ‘De meeste vluchtelingen komen uit een land met heel andere cultuur, normen, waarden en gewoontes.’ Hij wijst op het gegeven dat in Nederland mannen en vrouwen vaak samen activiteiten ondernemen. ‘Dat zijn veel vluchtelingen niet gewend.’ Juist vanwege die verschillen zijn ontmoetingen met Nederlanders en de Nederlandse cultuur zo ontzettend belangrijk, meent Aland. ‘Door asielzoekers en vluchtelingen mee te laten doen aan activiteiten samen met Nederlanders kunnen ze hun eigen blik op Nederland vormen.’ Hij geeft indirect wel een advies. ‘De Nederlandse samenleving begrijpen kost veel tijd. Het gaat stap voor stap. Dus ben voorzichtig, zorg dat vluchtelingen zich op hun gemak voelen.’ De student, zelf nu zo te horen goed geïntegreerd, haalt zelf ook voldoening uit het maatje zijn. ‘Als ik na een afspraak weer in de auto stap denk ik: Wat ben ik blij dat ik hem kan helpen.’